Skip to content

Stadswerven

Door William - 15 mei 2008 - Nieuws

Stadswerven
Woordvoering bij de raadsvergadering van 1 april 2008 over Stadswerven door
Kim Bruggeman

Voorzitter,

“Dordrecht heeft over tien jaar twee gezichten: het historische waterfront met daarachter de oude stad, en twee waterfronten (langs Wantij en Beneden Merwede) als exponenten van het eigentijdse Dordrecht”.
“De Stadswerven is een inspirerende locatie, die uitdaagt tot initiatieven. Bij het beoordelen van die initiatieven zal steeds het ambitieniveau voor ogen moeten blijven dat hoort bij zo’n bijzonder binnenstedelijk gebied. Er wordt gestreefd naar een optimale mix van nautische bedrijvigheid, culturele voorzieningen, residentieel wonen en ontspannende activiteiten. Deze elkaar versterkende elementen zullen de aantrekkelijkheid van de Drechtsteden een nieuwe dimensie geven”.

Zal Dordrecht over tien jaar deze twee gezichten hebben? Het voortvarend uitvoeren van bestaande plannen en projecten (ik citeer uit het Meerjarenbeleidsprogramma) is de belangrijkste prioriteit van dit College. Bij haar aantreden heeft het gezien dat Dordrecht bulkt van de ambitie, 13 projecten groot, maar dat het er nu op aan zal komen die projecten met kracht en tempo uit te voeren.

De staat van de Stadswerven, zoals we die vandaag bespreken, bewijst hoe nodig het is de uitvoering van ambities met kracht op te pakken. En tegelijkertijd laat het zien hoe moeilijk dat is. Uitdénken is één, uitvóeren wat anders.
In september 2007, anderhalf jaar na haar aantreden, besluit het College op voorstel van de verantwoordelijk wethouders Spigt en Van den Oever tot een time-out in het project De Stadswerven. De grondexploitatie rammelt: voorziene inkomsten blijken door deelbesluiten (regiokantoor, Villa Augustus) en politieke ontwikkelingen (theather) uit te blijven en bouwkosten blijken gestegen.
De time-out is een goed besluit geweest, maar werd pas laat (anderhalf jaar na aantreden van het College) genomen en werd tot januari van dit jaar niet met de raad gedeeld.

Wij geloven – in aanzien des persoons – dat er van kwade opzet (het bewust misleiden van de raad) geen sprake is geweest. De oorzaak is van een andere orde. Het heeft twee jaar moeten duren voordat de verantwoordelijk wethouders de problematiek rond De Stadswerven in beeld hadden. Dat is geen mis-leiding, maar mis-management.

Het feitenrelaas en de discussies in de adviescommissie daarover, leggen de vinger op de zere plek: mis-management. Ik herhaal mijn belangrijkste observaties uit de commissievergadering van afgelopen week:

  1. Het begon met een valse start: de realisatieovereenkomst tussen de gemeente en Vermeer III. Opgesteld teneinde juridische geschillen te voorkomen, niet ten einde het recht van ontwikkeling aan de beste partij te gunnen.

  2. Vervolgens groeide een schizofrene bestuurlijke en ambtelijke organisatie, waarin programmering en financiering, tekenen en rekenen los van elkaar kwamen te staan.

  3. Bestuurlijke alertheid ontbrak: het duurde anderhalf jaar om het lek boven te krijgen.

Dergelijke analyses werden afgelopen dinsdag in de commissie raadsbreed gemaakt. En raadsbreed werd de vraag gesteld hoe de regie kan worden herpakt en de kwaliteit en haalbaarheid van de ontwikkeling van De Stadswerven kan worden zekergesteld.

Toen was het College aan zet. Door persoonlijke omstandigheden van wethouder Van den Oever, heeft wethouder Spigt die avond mede namens hem gereageerd op de analyses, vragen, zorgen en verwijten uit de Raad.
Ik wil de wethouder, voordat ik op zijn beantwoording in ga, mijn waardering geven voor zijn eerlijkheid ten aanzien van zijn eigen functioneren. En ik wil wethouder Van den Oever dezelfde vraag stellen als die ik wethouder Spigt vorige week tijdens de commissiebehandeling heb gesteld: hoe beoordeelt u, terugkijkend, uw eigen functioneren ten aanzien van het project De Stadswerven?
Dan nu de reactie van wethouder Spigt. Hoe luidde zijn overall analyse?

Ik concentreer me daarbij op de bestuurlijke organisatie. Het is zeker zo, en anderen hebben daar terecht naar gevraagd en op gewezen, dat de problemen rond De Stadswerven niet alleen maar uit bestuurlijk falen kunnen worden verklaard. Problemen in de ambtelijke organisatie (van organisatorische aard, van personele aard, in relatie tot het risicomanagement van grote projecten) en de contractuele kaders waarbinnen dit project moet worden gerealiseerd, zijn evenzeer van invloed op de ontstane situatie.

De analyse van de wethouder voor zover het de bestuurlijke verantwoordelijkheid betreft:

  1. Zijn afstand tot het project is te groot geweest.

  2. Hij heeft zijn informatiepositie niet goed georganiseerd.

  3. Hij heeft te lang op een herziene GREX gewacht.

  4. Portefeuillehouders deelden informatie met elkaar, maar analyseerden die niet gezamenlijk.

  5. Samenvattend: de sturing op het project is te adhoc en te traag geweest.

Tot zover de analyse. Hoe verder?
Raadsbreed is de vraag gesteld hoe de regie kan worden herpakt en de kwaliteit en haalbaarheid van de ontwikkeling van De Stadswerven kan worden zekergesteld.

Mijn fractie onderscheidt drie domeinen waarop ingrijpen nodig is: de procesorganisatie, de ambtelijke organisatie en de bestuurlijke organisatie. De eerste twee domeinen zijn de primaire verantwoordelijkheid van het College. De bestuurlijke organisatie is, gegeven de rol en verantwoordelijkheid van de Gemeenteraad, een zaak tussen Raad en College.

De CDA-fractie is van mening dat het verloop van het project De Stadswerven, de analyse van de feiten en de analyse van het bestuurlijke aandeel daarin, tot een verandering in de bestuurlijke sturing moet leiden.

Wethouder Spigt heeft namens het College aangegeven hoe men verder wil met De Stadswerven. Hij sprak over competenties in relatie tot verantwoordelijkheden en over het uitwisselen van competenties. Hij sprak over fasering in het project en over rolwisseling. Hij sprak over de betrokkenheid van andere collegeleden.

De CDA-fractie acht bestuurlijke sturing van wezenlijk belang voor de succesvolle uitvoering van het project Stadswerven. Gezien het belang van bestuurlijke sturing, heb ik daarover nog twee vragen, waarop ik graag uw antwoord krijg.

  1. Hebben wij het juist begrepen, dat de rolwisseling waarover de wethouder vorige week in zijn beantwoording sprak de facto betekent dat na de opstelling van een nieuw stedenbouwkundig plan de verantwoordelijkheid voor het project De Stadswerven van wethouder Spigt overgaat naar wethouder Van den Oever?
  2. En, als ik dat juist begrepen heb, per wanneer is dat?

Gerelateerde berichten

Wellicht zijn onderstaande berichten ook interessant.