sumatrapleinVandaag herdenken wij hen die zijn gevallen in de Tweede Wereldoorlog. In dit kader heeft Hans Berrevoets de volgende bijdrage geschreven:

In de Dordtse geschiedenis van de twintigste eeuw zijn tien mensen geëerd met de hoogste militaire onderscheiding:: Ridder in Militaire Willemsorde.
Omdat het 10 mei 75 jaar geleden is, dat ook het eiland van Dordrecht betrokken werd bij het geweld van de tweede wereldoorlog, willen we de tien namen noemen. Zonder hun inzet en van velen anderen kunnen we ook geen 70 jaar bevrijding vieren in Dordrecht.De tien ridders van Dordrecht zullen met naam worden genoemd tijdens de christelijke herdenkingsdienst vooraf gaande aan de dodenherdenking in de Singelkerk. Het thema van 4 en 5 mei 2015 is ook het thema van die dienst: Wie de ogen sluit voor het verleden, is blind voor de toekomst.

Misschien is de aandacht op weg naar 4 en 5 mei een eerste stap om de namen blijvend zichtbaar te maken, zodat de namen in het collectief geheugen worden verankerd. In mei zal er ook een landelijke herdenking zijn van mensen, die voor getoonde moed, beleid en trouw Ridder werden. We mogen de tien ridders van Dordrecht zeker niet vergeten. Zij zijn Dordtenaar of zij werden geëerd voor hun moed rond de verdediging van Dordrecht in de meidagen van 1940.
Herinneringen aan de tien Ridders van Dordrecht hebben een blijvende plek gekregen in het museum 40-45.
Slechts één ridder, adjudant Koster, werd in 1963 in Dordrecht met militaire eer begraven. Het is opvallend te noemen dat twee ridders – Aart Alblas en Cees Brouwer – dezelfde scholen volgden: eerst de gereformeerde Bavinckschool en vervolgens de PC HBS aan de Wijnstraat 237..

Van Vlierden woonde in Gorkum, Papendrecht, Dubbeldam en tenslotte in Dordrecht. Zijn uitvaart en crematie was in Rotterdam
Vier van de tien ridders van Dordrecht kregen postuum in 1946 de ridderslag. Zij kwamen om in de oorlog. Daarom noemen we die vier namen eerst.
In de meidagen van 1940 sneuvelden tijdens gevechten rond de verdediging van Dordrecht:
• Luitenant F.P. de Jager (geboren in 1914 in Den Haag -1940). Hij kwam om tijdens de gevechten op 10 mei bij een bruggenhoofd aan de zuidzijde van de Moerdijkbruggen. Vanuit het oosten was de grootste luchtlandingsoperatie uitgevoerd op de Moerdijkbruggen.. De Jager is begraven op het ereveld in Loenen.
• Dienstplichtig militair C.M. Oome (geboren in 1918 in Raamsdonk – overleden op 14 mei in Dordrecht) Oome is begraven in Raamdonk. Op 10 mei raakte hij zeer ernstig gewond nabij de Zwijndrechtse brug, die in handen was van Duitse paratroepen. Hij ging onder vijandelijk vuur voor de enige Nederlandse mitrailleur munitie halen en betaalde vier dagen later in het oude diaconessenziekenhuis aan de Prinsenstraat met zijn leven voor onze vrijheid.
• Vlieger Ben Swagerman (Amsterdam 1917 – 1940). Hij meldde zich als vrijwilliger – na reeds dagen harde gevechten in de lucht te voeren – om op 13 mei de laatste bombardementsvlucht van de luchtmacht uit te voeren op de Moerdijkbruggen. Het mislukte door vijandelijke overmacht. Swagerman is begraven op het ereveld Grebbenberg. Op 13 mei is er een landelijke herdenking voor Ben en zijn bemanning in de Dordtse Grote kerk.
Later in de tweede wereldoorlog kwam om:
• Marineofficier Aart Alblas (Middelharnis 1918-1944). Hij was geheim agent en wordt de marconist van soldaat van Oranje genoemd. Aart vertrok in maart 1941 vanaf de Prinsenstraat in Dordrecht naar Engeland en volgde daar een opleiding. Hij kwam enkele maanden later terug en verzorgde ook met steun van de Paroolgroep één jaar de enige verbinding tussen Nederland en de regering in Londen. Aart noemde Van Heuven Goedhart oom. Aart vermoedde al het Englandspiel en werd gevangen met een list half 1942. Hij werd omgebracht op 7 september 1944 in concentratiekamp Mauthausen (Oostenrijk). Hij was een leerling van de gereformeerde dr. Bavinckschool en de chr. HBS.
De enige Ridder, die met militaire eer werd begraven op het eiland van Dordrecht was:
Adjudant H.P. Koster (1883-1963). Hij was al met pensioen, maar ging vrijwillig weer onder de wapenen tijdens de mobilisatie van 1939.. In de meidagen van 1940 kreeg hij de bijnaam de Leeuw van Dordrecht voor zijn dappere inzet bij de verdediging van zijn Dordrecht. De adjudant werd in augustus 1963 met grote militaire eer begraven in een bijzondere tocht vanaf het huis van zoon aan de Henriette Ronnerstraat tot op de algemene begraafplaats de Essenhof.
We noemen verder met eer:
• Vaandrig W.C.H. Dekker van het eerste regiment Wielrijders van de infanterie (Amersfoort 1917-Veenendaal 1968). Zijn moed wordt geroemd vooral voor zijn optreden op 13 mei 1940 toen hij twee Duitse tanks uitschakelde op het Bagijnhof . Dat deed hij met veel gevaar voor zijn eigen leven. Mogelijk heeft hij met zijn geestelijk welzijn hiervoor een hoge prijs moeten betalen.
• Sergeant-majoor Antonie. van Vlierden (Amsterdam 1894-Dordrecht 1977). Hij was van de genie heeft zich onderscheiden, door zich op zeer actieve wijze met levensgevaar in te zetten in de strijd. Hoewel militair werkman zijnde, heeft hij van 11 tot 13 Mei 1940 deelgenomen aan de verdediging van een der toegangen van het hart der stad.
Toen op 13 Mei 1940 de opstelling, waarin hij zich bevond, moest worden verlaten, heeft hij de terugtocht onder hevig vijandelijk vuur doen uitvoeren en zich daarbij, ten einde het moreel van zijn groep te herstellen, persoonlijk bloot gegeven.. Van Vlierden is in Rotterdam gecremeerd.
• Luitenant kolonel van het wapen der genie Koos van der Houwen (Ijsselmonde 1909-Geertruidenberg 1994). Hij gaf leiding aan moedige gevechten in Krispijn vooral nabij het Weizigtpark en maakte zestig krijgsgevangenen. De Duitsers waren allemaal omsingeld en besloten zich over te geven om bloedvergieten te voorkomen. Journalist henk van Liemp schreef hierover in Dagblad De Dordtenaar een verhaal met de vaststelling dat in Dordrecht de eerste krijgsgevangenen van de oorlog in Nederland werden gemaakt. Van der Houwen probeerde ook nog de para’s die de omgeving Zwijndrechtse brug hadden bezet uit te schakelen.
• Eerste luitenant J.B. Plasschaert van het wapen van de genie (geboren in Middelburg 1915 overleden in Laren in 2000). Hij viel van 10 tot 13 mei 1940 door moedig leiding te geven tegen een uiteindelijk overmacht van Duitse troepen. Met een zwakke en ongeoefende afdeeling heeft hij stand gehouden tegen een overmachtigen en zwaar bewapenden vijand en diens binnendringen in de binnenstad van de verkeersbrug uit weten te beletten; Door zijn onverschrokken houding en bezielende leiding gedurende de oorlogsdagen heeft hij zijn troep, die door onvoldoende slaap en voeding uitgeput was, tot het uiterste stand weten te doen houden.
• Cees Brouwer (Dordrecht 1919-Den Haag 2001). Brouwer gaf leiding aan de inlichtingen- en spionagegroep Albrecht. In Dordrecht was hij voor de oorlog leerling van de Bavinckschool en de PC. HBS. Na de oorlog was Brouwer bijna dertig jaar de Nederlandse vertegenwoordiger bij het hoge commissariaat voor de vluchtelingen van de VN. Hij geldt samen met Van Heuven Goedhart als de grondlegger van de stichting vluchteling. Voor hulp aan Tibetaanse vluchtelingen is in 2008 door zijn familie het Brouwerfonds gesticht. Presentator Twan Huys interviewde voor de college tour in 2009 de Dalai Lama. Deze geestelijk leider van Tibet vertelde eerst over zijn speciale band met Nederland, dat in de jaren zestig voor de eerste nationale hulpactie voor Tibetaanse vluchtelingen zorgde op televisie. De Dalai Lama stond uitgebreid stil bij zijn band met de organisator van die hulpactie, Kees Brouwer.

Categorieën: Geen categorie